Frans Verhaak 1918 - 1998  
Uit: ' Beelden in Brabant - Ontwikkeling van de beeldhouwkunst na 1945 ' - NBKS 1990


Frans Verhaak volgt in de periode, waarin hij wacht op een oproep voor militaire dienst, korte tijd lessen in tekenen en boetseren aan het Nationaal Hoger Instituut in Antwerpen (1936). De Dienstplicht duurt door voor-mobilisatie en mobilisatie onverwacht lang. Na het uitbreken van de oorlog duikt Verhaak onder, zodat in totaal een achttal jaren verloren gaat.
    Kort na de bevrijding werkt Frans Verhaak enige tijd op het atelier van de Vlaming Albert Termote in Voorburg en verblijft hij enkele maanden op de kunstacademie in Rotterdam. Op de academie maakt Verhaak studie naar levend model en modelleert hij portretten. Desondanks beschouwt Verhaak zichzelf voornamelijk autodidact.
    Hij vestigt zich in Breda en werkt daar sinds 1950 als zelfstandig kunstenaar. In de beginperiode van zijn ontwikkeling wordt zijn werk bepaald door religieuze opdrachten. 'Je wordt beÔnvloed door al die kerkelijke opdrachten. De wijze van uitbeelden strijkt dan langs de vormgevingsidealen, die je zou willen benaderen, onderzoeken en uitputten.' De stijl is sober en geÔnspireerd op romaanse en archaÔsche kunst. Een vroeg voorbeeld is het inmiddels bekende St. Anna te DrieŽn (1953), dat in opdracht van een particulier is gemaakt. Het spirituele karakter van de kleine plastiek wordt benadrukt in kritieken: Het beeldje is '(...) van een grote geestelijke schoonheid. (...), sober van vorm, fijn van lijn' en 'Het is maar een klein beeldje, maar van een geweldige monumentaliteit, gespannenheid en uitgewogen verhoudingen' of, het beeldje getuigt van een 'devote simpelheid van de conceptie'.Ļ
    Een PiŽta van Verhaak, te zien op de Kunstenaars uit Brabant tentoonstelling van 1954, wordt gememoreerd vanwege de summiere aanduiding van menselijke figuratie, verbeeld met strakke lijnen en uitgevoerd in een sober handschrift.
    De Apostel (1958) is weergegeven in een Italiaanse stijl, die kenmerkend is voor kunstenaars als Marini of Giacometti. Dit beeld maakt deel uit van een bronzen beeldengroep van apostelen, die die was geŽxposeerd tijdens de wereldtentoonstelling Expo '58 in Brussel. Er was een speciale afdeling voor religieuze kunst ingericht, de 'Civitas Dei'.
    Frans Verhaak wordt in 1957 benoemd aan de Academie voor Beeldende Vorming in Tilburg om de afdeling Ruimtelijke Vormgeving te helpen opbouwen. Hij maakt in die tijd werk van verschillend karakter: vrouwenfiguren, in brons gegoten, en abstracte metalen constructies. Vrijwel alle beelden worden in klein formaat uitgevoerd omdat Verhaak slechts beschikt over een bescheiden atelier.
    Rond 1965 krijgt Frans Verhaak de opdracht een plastiek te ontwerpen voor de scholengemeenschap 'Leyendaal' in Tilburg (1965). Het wordt een van de weinige monumentale constructivistische werken van Verhaak, met voor hem ongewoon grote afmetingen: een metalen plastiek van 14,5 meter hoog, waarin de verticale richting en beweging van driehoekige vlakken in de ruimte, afgestemd op de omgeving, de kern vormen van het abstracte object.
    Hij experimenteert vanaf 1960 onder andere met open ruimtelijke structuren van metaal. Kenmerkend voor deze abstracte beelden is een verticale opbouw van vormen, zodanig, dat een harmonisch geheel wordt verkregen, een balans in compositie wordt bereikt en een suggestie van beweging onstaat. Het is zijn opzet om de werkelijkheid in die mate te abstraheren, dat de vorm een zelfstandige betekenis krijgt. Vanuit dezelfde uitgangspunten maakt Verhaak ook middelgrote abstracte plastieken.
    Hij zegt sinds enkele jaren pas in het stadium te verkeren waar hij had willen beginnen; in een proces van zoeken naar de wezenlijke grondslagen van vormen in de ruimte. Verhaak probeert terug te gaan naar de bron. De opvattingen van Brancusi spreken hem aan. Verhaak roemt ook de kwaliteit van de werken van Alicia Perez Penalba (vegetatieve vormen), Fritz Wotruba en Eduardo Chillida. De hoekige, analytische structuren van Wotruba, afgeleid van de menselijke figuur, zijn herkenbaar in het beeldje Dubbelfiguur (1982). Zonder titel (1987) bezit een meer open structuur en heeft een abstracte vormgeving.
Frans Verhaak experimenteert ook met geometrische twee-dimensionale vormen in schilderijen van recente datum. Zijn reliŽfs zijn te beschouwen als intermediairs tussen de schilderijen en sculpturen. Tezamen maken ze deel uit van een abstract vormenonderzoek.

Ļ.
Citaten uit kranteknipsels uit eigen archief Verhaak. Naam en datum van kranten onbekend
.


Tekst: Ad Kraan


Uit: "Beelden in Brabant", NBKS 1990, ISBN 90-71092-46-1

  
St Anna te DrieŽn, 1954

 

 

Frans Verhaak

1918 Dordrecht   † 1998 Breda

 
1937

1947
Opleiding:
Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, Antwerpen (B.)
Academie voor Beeldende Kunsten, Rotterdam

 
Belangrijkste solotentoonstellingen:
Galerie Schoots, Eindhoven
Galerie HŁsstege, 's Hertogenbosch
1988
1996
Galerie Van de Loo, Waalwijk
Cherng Piin Gallery, Taipei (R.O.C.)
 

1952

1953

1954

1958


1962







1987


1990

Belangrijkste groepstentoonstellingen:
'Sonsbeek', Arnhem (c) (ook in 1958)
Kasteel Nijenrode
Tate Gallery, London (U.K.)
'Contour', Stedelijk Museum Het Prinsenhof, Delft (c)
'Brabantse schilders, beeldhouwers, grafici', Stedelijk Van Abbe Museum, Eindhoven (c)
'BiŽnnale Christlicher Kunst der Gegenwart', Salzburg (A) (c) (ook in 1964)
'l'Art Sacrť Moderne', Stedelijk Museum Het Prinsenhof, Delft (c)
De Beyerd, Breda
'l'Art religieux contemporain', Musťe d'Art Moderne, Paris (F)
'Religieuze kunst na 1952 in Noord Brabant', Museum voor Religieuze Kunst, Uden (c)
'Beelden in Noord-Brabant na 1945', Kasteel Heeswijk, Heeswijk-Dinther (c)
 
1958

1959



1966
Belangrijkste opdrachten:
'Expo', Vaticaans Paviljoen, Brussel (B)
'Orpheus', Gemeente Tilburg
Lambertus Ziekenhuis, Helmond
Dr.P.C.de Brouwer gedenkteken, Hilvarenbeek
LTS 'Leyendaal', Tilburg

 
1955
1962
1963
Belangrijkste publicaties:
Katholiek Bouwblad, nr.13
Katholiek Bouwblad, nr. 8
F.H.Kerle Verlag, Heidelberg (art. dr. Anton Heuze)